Geest-drift

Rust…


Prediker 4 vers 6: “Een hand vol rust is beter dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind.”
Openbaring 3 vers 20: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.”


HET WEEKLOON VAN EEN KOSTER:
Zondagsmorgens vroeg
ligt er een stille dauw van rust over de wereld.
De vogels zingen de stilte naderbij.
De kerk nog luw, alleen met U.
Zonder woorden, toch is het goed.
Hoe teder is dit stil moment van vrede.
Ik hoor de deur, het is niet erg,

Ik ben gelaafd, ik dank U.
Eens zal het eeuwig duren: dit samenzijn met U.


Ik ben vijftien jaar koster geweest: alleen tijdens de erediensten op zon- en feestdagen: wat mij betreft de krenten uit de pap. Men vroeg weleens: “Jij moet elke zondag twee keer naar de kerk, vind je dat niet vervelend?” Nee, dat vond ik niet vervelend, sterker nog: ik genoot van de zondagsrust! Als er een verjaardag te vieren was, dat hoeft voor mij toch niet zo op zondag, dan kon ik zeggen: “Nee, ik kan echt niet, ik moet naar de kerk!” Heerlijk toch?
Ik dacht hieraan vanwege de coronapandemie. Een beroemd voetballer sprak ooit de legendarische woorden: “Elk nadeel heb z’n voordeel.”, of was het nou andersom? In dit geval: als je van corona niet doodziek wordt hebben de maatregelen ook zijn voordelen, we hoeven niet zoveel: geen verre reizen, geen verjaardagen, niet naar de stad, en: we zijn eindelijk van die drie zoenen verlost! Kan het laatste niet wettelijk vastgelegd worden? Ik wals nu wel over eenzame mensen heen: de isolatie door de corona kan ook veel leed veroorzaken. En wat ons betreft: wij missen de reguliere kerkgang en de ontmoeting met de kerkgangers heel erg.
Voor de rest doet de rust me weldadig aan. Ik denk aan Psalm 62: “Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God…” God komt zelden tijdens een verjaardag, God komt zelden in een druk winkelcentrum, God komt zelden tijdens drie zoenen. Het kan hoor, we moeten altijd alert zijn, de Heilige Geest komt vaak onverwacht! Maar toch: God komt meestal in de stilte en die moeten wij zoeken.
Op sommige bezorgauto’s van een bekende grootgrutter staat te lezen: “Druk, druk, druk en toch een volle koelkast.” We ‘moeten’ zoveel ballen hooghouden, we worden geleefd door allerlei verplichtingen. Intussen hollen we God voorbij en hollen we elkaar voorbij. Daarmee gaat het belangrijkste in ons leven verloren. Maar dat doen we toch zelf?
De pandemie lijkt op z’n eind te lopen. God hield ons een spiegel voor. Blijven we nu eens echt rustiger leven? Ons op echt essentiële zaken richten? Luisteren naar God? Luisteren naar elkaar? Ik ben bang van niet.
Als we na de vaccinaties weer plankgas ‘moeten’,
dan verlang ik naar die koster van weleer.
Of hebben we ervan geleerd?