Troost…
Romeinen 14 vers 8: “Want als wij leven, leven wij voor de Heere en als wij sterven, sterven wij voor de Heere. Of wij dan leven of sterven, wij zijn van de Heere.”
Vorige week zag ik weer eens een prachtige natuurfilm: ‘A perfect Planet’. Ik zag een magnifieke planeet met een wereldwijde voedselketen waarvan de fauna’s en flora’s perfect in elkaar grijpen. Je ziet Gods ongelooflijk mooie schepping zoals God die bedoeld heeft, ondanks de harde wet van de jungle die helaas ook bij ons mensen heerst. Ik zag hele generaties voorbijgaan, bijvoorbeeld een olifantenkudde met een vijftigjarige olifant als leider. Ze trekken onder haar leiding over enorme afstanden rond en ze leidt haar kudde feilloos naar de juiste plaatsen: zij weet wanneer de boomvruchten ergens rijp zijn, waar ze water kunnen vinden tijdens droogte en ga zo maar door. De tienermeisjes verzorgen de kleintjes en leren zelf zo alvast het moederschap. Ik zag een hoogbejaarde leeuwin die zelf niet meer kon jagen. Zij zorgde voor de jongen en mocht als dank mee-eten van de gevangen prooien. Ik dacht aan de boeken van Merijntje Gijzen: oma woonde bij de kinderen en zorgde voor het huishouden en haar kleinkinderen, in ruil voor onderdak en eten. Nu heeft oma nog steeds zorgtaken, maar verder moet ze zichzelf bedruipen, want ze is beslist niet oud!
Ik zag een hoogbejaarde leider van een kudde nijlpaarden, die door een jongere concurrent verjaagd werd. Hij had tijdens de schermutseling een poot gebroken. Het beest wist dat het met hem afgelopen was en zocht een comfortabele plaats om te sterven. Uiteindelijk voorzag het dode nijlpaard het leeuwengezin een week van voedsel. Wij vinden dat weerzinwekkend, maar het is wel efficiënt: er gaat in Gods wonderbare schepping niets verloren. Kijk eens hoeveel afval wij met bijna acht miljard mensen produceren!
Ik zag ook nog een stukje op zo’n veelal liederlijke commerciële zender van ‘Alarm 112’: flitsen van de wederwaardigheden in de eerstehulppost van een ziekenhuis. Er werd met loeiende sirenes een achtenzeventig jaar oude man binnengebracht met terminale kanker. Hij had longontsteking en verzwakte daardoor zo snel dat hij aan een infuus met antibiotica moest om de longontsteking te bestrijden. Ik vroeg me af: is het niet andersom, kreeg hij soms longontsteking door zwakte en moesten ze niet gewoon accepteren dat het levenseinde van die man in zicht was? Mocht hij niet gewoon in alle rust sterven?
We zijn zo langzamerhand vergeten dat sinds de zondeval ziekte en dood in de wereld gekomen zijn. Als jij een geliefde of je geliefde mist, heb je natuurlijk al hardhandig geleerd dat de dood nog steeds bestaat, maar dan kan dit verhaal je toch troosten! Dood is een beetje taboe geworden: daar praat je niet over en dan hoop je dat je het vergeet: het nare idee dat ons leven eindig is, maar dan steek je dus je kop in het zand!
Ik hoorde eens van een achttienjarige jongen die aan kanker stierf. Ze hadden nooit over zijn ziekte gepraat en zijn laatste woorden waren: “Pa, hou me vast, ik val!” Daar krijg je toch koude rillingen van?
Maar wat zijn wij dan gelukkig! Laten we ons alsjeblieft niet mee laten slepen door ‘de wereld’! Wij weten beter en laten we ons daarvan bewust zijn en daar moeten we ook naar leven! Voor onszelf en voor onze omgeving!
Lees het anders nog eens na in zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus, eventueel in blog 43: ‘Ik geloof…’ Wat is mijn enige troost, beide in leven en in sterven? Dat ik en hij en zij…”
Zie je dat? “Mijn enige troost”!