Pinksteren…
Johannes 3 vers 8: “De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.”
Ik ben het roefje van een klipper in een drieliterfles aan het bouwen en in dat roefje zit een schipper een scheepje in een flesje van 19 mm te maken, dus eigenlijk een scheepjesfles in het kwadraat. Dat piepkleine flesje zit er nu in, dus de clou, juist datgene waar het om draait, is geslaagd en de fles staat al op de kast te pronken maar ik ben nog niet klaar! Ik heb al een naam onder die grote fles staan, op een echte oude ‘Nooitgedagt’ houtbeitel van mijn vader: ‘contra natalis’, vrij vertaald: ‘omgekeerde bevalling’.
Daardoor kwam ik als vanzelf bij Nicodemus terecht, die verbijsterd uitriep: “Een mens kan toch niet voor de tweede keer in de schoot van de moeder ingaan en opnieuw geboren worden?” Nicodemus was niet de eerste de beste: een hooggeplaatste geestelijke! Toch begreep hij er niets van en dat zat hem zo hoog dat hij midden in de nacht naar Jezus ging: er volgde een intens gesprek met Hem. Begreep hij het daarna? Dat is zeer de vraag, maar verderop in de Bijbel staat wel dat hij in Jezus geloofde en voor Hem in de bres sprong, ondanks alle dreiging die rondom Jezus opgebouwd werd: in Joh. 7 vers 50 en in Joh. 19 vers 39 lees je erover. Er was tijdens dat gesprek dus wel degelijk iets met Nicodemus gebeurd!
“De wind waait waarheen hij wil.” Bob Dylan zong er bijna zestig jaar geleden over: “Het antwoord, mijn vriend, waait mee in de wind”. Toch is het, evenals voor Nicodemus, voor ons wel een vaag antwoord. Begrijpen zullen we het nooit, want het gaat over ondoorgrondelijke liefde. Iets verderop staat het belangrijkste vers uit de Bijbel: “Want zo lief heeft God de wereld…” Moet ik die zin afmaken? Die weet je toch wel?
In 1 Korinthe 13, ja die beroemde Bijbeltekst over de liefde, lees ik in vers 11: “Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, overlegde ik als een kind, maar nu ik een man geworden ben, heb ik het kinderlijke tenietgedaan. Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel…”. Is daar iets misgegaan? Lees maar eens mee in Markus 10 vers 15: “Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet binnengaan.”
Wij moeten weer een kinderlijk vertrouwen aanleren: simpel, recht voor z’n raap en onvoorwaardelijk! Een kind gelooft niet, het ís gewoon zo: “Waarom? Nou, daarom!”
Als we vroeger met het schip onder lage bruggen doorvoeren, moest de kachelpijp er weleens af. Daardoor ging de kolenkachel stinken en mochten we niet in de roef! Ik haalde dan mijn knuffels naar boven, anders zouden ze stikken! Ze mochten daar niet de gek mee steken want het wás gewoon zo! Kijk, dat is kinderlijk geloof: zeker weten! Daar verlang ik weer naar!
Ik heb het in feite over Pinksteren: Handelingen 2 vers 2: “En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten.”
Nee, dat is niet te begrijpen, dat moet je geloven als een kind.
Je hoort de wind,
die blaast in je gezicht.
Waar gaat die toch naartoe?
Het is de Geest van God,
Die zegt: “Vertrouw nu maar op Mij,
Ik heb je lief, Mijn kind!”