Looft Hem overal…
Psalm 150 vers 6: “Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.”
Omdat er een doopdienst was mocht ik in de functie van fotograaf weer eens naar de kerk. Meteen tijdens het aanvangslied ging het al mis: Psalm 150: ‘Looft God, looft Hem overal!” De organist haalde alles uit de kast en dan mag je niet meezingen! Ik moest mijn lippen op elkaar persen, maar de lofpsalm zong rond in mijn mond, zodat de vullingen bijna uit mijn kiezen sprongen! Erg, die corona: we worden beknot in onze geloofsbeleving en in het uiten daarvan! Nee, de regering doet het goed, dit is geen verwijt. Er is er wel een die in zijn vuistje lacht…
Gek dat ik een zangverbod moet krijgen om erachter te komen hoe belangrijk zingen is! Nou, dat is niet helemaal waar, ik zing graag en dat kan me behoorlijk raken.
Vroeger werd er veel meer gezongen. In de kindertijd van mijn moeder hadden aardig wat mensen een harmonium. Zelfs mijn opa had in een scheepje van tachtig ton met tien kinderen zo’n traporgeltje staan! Als ze in haar jeugdjaren op zondagavond door het dorp liep, werd er in veel huizen gezongen. Niet alleen psalmen, maar ook gezangen en liederen van Johannes de Heer. Ik ben bang dat er tegenwoordig te weinig gezongen wordt en ze leren op scholen weinig ‘psalmversjes’ meer. Mijn idee: wat er in je hoofd zit, heb je altijd bij je! Ik ben met de oude berijming opgegroeid en als ik niet goed oplet ga ik soms automatisch over naar die oude berijming. Dat neemt niemand me meer af, dat neem ik mee tot mijn laatste ademtocht!
Ik dacht hierdoor aan een knipsel dat ik van mijn moeder heb uit een Rotterdams krantje over een oude kennis Jan de Mik, voor enkele insiders: hij voer jarenlang met de motorspits ‘Gazelle’. Jan vertelt in dat interview over zichzelf. Jan leefde en geloofde met een knipoog. Nee, niet spottend! Hij begon zijn schipperscarrière al jong met zijn moeder, die vroeg weduwe was. Het leven was toen nog ongecompliceerd: je had twee radiozenders: Hilversum 1 en Hilversum 2. Zijn moeder luisterde altijd naar de morgenwijding op Hilversum 1 maar ze was zeg maar nogal zwaar op de hand en als de dominee geen ‘Heere’ maar ‘Heer’ zei dan luisterde ze geen seconde langer! Jan lachte in zijn vuistje, want dan kon hij meteen overschakelen naar de arbeidsvitaminen op Hilversum 2!
Sari, de vrouw van Jan, werd niet zo oud en als weduwnaar moest hij ook nog een van zijn twee dochters aan de dood afstaan. Hij vertelt over haar sterfbed: “Op de avond dat ze stierf hield ik haar hand vast, ik wist niet wat ik nog meer kon doen, maar ik dacht ineens aan mijn eigen moeder: toen ik nog een kleine jongen was, zong ze op zondagavond voor mij en mijn drie zussen liederen van Johannes de Heer. Die waren bij mij blijven hangen: ‘Scheepje onder Jezus’ hoede’, ‘Er ruist langs de wolken’ en noem ze maar op.” Jan heeft ze allemaal met zijn weerbarstige basstem voor zijn dochter gezongen. Er staat: “Zo zong Jan zijn kind de eeuwigheid in.”
Het verhaal eindigt als volgt: “Schipper de Mik weet dat er ook aan zijn leven een einde zal komen. In de aula moet dan gezongen worden: “Daar zijn geen grenzen aan Jezus macht, voor elk die wonderen van Hem verwacht.” Want dat zong zijn moeder zeventig jaar eerder in het roefje waarin Jan geboren was.”
Daarom, lieve lezers:
Looft God, looft Hem overal.
Looft de Koning van ’t heelal
om Zijn wonderbare macht,
om Zijn heerlijkheid en kracht.
Je leven hangt ervan af!