Wonderlijk…
Psalm 139 vers 13 en 14: “Want Ú hebt mijn nieren geschapen,
mij in de schoot van mijn moeder geweven.
Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben;
wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed.”
Sinds we weten dat ik Parkinson heb, maak ik een ware ontdekkingsreis door mijn lichaam. Ik begin nu pas te begrijpen hoe ontzagwekkend wonderlijk we gemaakt zijn!
Ik kan geen twee taken tegelijk uitvoeren, dan schiet er eentje bij in. Als ik met deze column bezig ben en Sophie staat naast me met papieren te ritselen, dan kan ik wel ophouden: mijn broze concentratie is dan weg, irritatie dreigt! Tijdens gesprekken op de televisie muziek op de achtergrond: hopeloos! Dat moeten ze verbieden!
Mijn ‘automatische piloot’ begint te haperen: ik moet steeds meer nadenken bij de bewegingen die ik maak. Een voorbeeld: als ik het laatste stukje van een boterham in mijn mond steek, begin ik alvast de volgende te smeren en te beleggen Als ik met die nieuwe boterham klaar ben, ontdek ik dat mijn mond nog vol zit: ik ben vergeten te kauwen en te slikken! Bij de volgende boterham denk ik: nu moet ik wél blijven kauwen, maar dan gaat het smeren van die nieuwe boterham haperen.
Een appel schillen of een kiwi leeg lepelen wordt lastig. Als ik een kiwi leegschep, maak ik een draaiende beweging met die halve vrucht. Dan maken ál je vier vingers én je duim verschillende bewegingen, probeer dat maar eens heel bewust te bestuderen. Dat heb ik tientallen jaren ondoordacht, volautomatisch gedaan: hóe ontzagwekkend wonderlijk! Maar nu kost het me moeite. We hebben in de eerste pakweg zes jaar van ons leven zó verschrikkelijk veel geleerd. Dat begon al in de baarmoeder: toen zochten we onze duim al! Ik kan me niet herinneren dat dit een vreselijk karwei was, dat ging vanzelf, maar voor mij nu dus niet meer.
Interessant, maar voor mij natuurlijk ook confronterend. Ik las dat het in de toekomst kan gebeuren dat ik niet meer kan lopen én praten tegelijk: dan heb ik al mijn aandacht voor het lopen nodig. En nog later, dan kan ik misschien helemaal niet meer lopen…
Natuurlijk vliegt het me wel eens aan: wat hangt er allemaal boven ons hoofd: zit ik over twee jaar in een rolstoel of fiets ik over vijftien jaar nog rond? Niemand die het weet!
Maar tóch, ik zie weer die geheven vinger van dominee Kleermaker, onze ‘trouwpredikant’: maar tóch… heb ik rust in mijn hart.
Nu is de concentratie even op, dat is weer een domper die ik moet ondergaan en verwerken.
Wat later: nee, het gaat allemaal niet vanzelf, het leven is níet alleen halleluja gloria, daarvoor moet je in een andere kerk zijn, het leven is vaak rauwe werkelijkheid!
Maar dan komt ineens God met een ándere werkelijkheid, en die kwam behoorlijk binnen!
We zongen vanochtend in de kerk Gezang 463 vers 4:
“Leg Heer Uw stille dauw van rust op onze duisternis.
Neem van ons hart de vrees, de lust,
en maak ons innerlijk bewust
hoe schoon Uw vrede is.”
Dát is Filippenzen 4 vers 7: “de vrede van God, die alle begrip te boven gaat…”
Goddank, het bestáát!
Zó ontzagwekkend wonderlijk!
Ondanks…