Geest-drift

Liefde…

Galaten 5 vers 13: “Want u bent tot vrijheid geroepen (…) alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde. Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.”
In de roef hing een bordje met daarop de trouwtekst van mijn ouders: “Dient elkander door de liefde”, in de Statenvertaling natuurlijk, want iets anders was er op 3 augustus 1944 nog niet. Dat bordje heeft 30 jaar lang heel Nederland , België, en een stukje Frankrijk mee rondgevaren. Na jaren was het lelijk geworden. Toen had mijn vader het gevernist, maar het werd er niet mooier op. Mijn moeder hield van opruimen, dus: hopla: over de reling ermee!
Ik dacht hieraan nu Sophie aan staar geopereerd is en zij wekenlang niet mag bukken, zwaar tillen en koken, respectievelijk vanwege te hoge druk in de oogbol en kwalijke dampen die met koken vrijkomen. Sophie is héél punctueel met alle papieren regels die ze meekreeg, dus ik heb het er erg druk mee, mijn huishouden is bikkelen! Ik eet graag, maar ik heb nu ervaren dat eten bereiden niet zo mijn ding is. Ze is ook nogal streng en veeleisend, zeg maar een lastige cliënt voor een matig getalenteerde hulp in de huishouding: het moet allemaal zoals zíj het wil! De volgende Bijbeltekst kwam bij me bovendrijven: “Martha, Martha, u bent bezorgd en maakt u druk over veel dingen.” Ik dacht ook aan een bezoek bij Cok Hartkoorn en Fred Stremler voor een demo c.q. lezing over bijenteelt: nu ben ík de werkbij en zíj de koningin!
Om eerlijk te zijn: nu ik veel van haar taken overneem, ontdek ik wel wat Sophie allemaal doet en wat ik me allemaal heel gemakzuchtig laat aanleunen. Ja, precies: zo kwam ik op Maria en Martha! Het ergste vind ik boodschappen doen. Ik zoek me suf! Ik zou nog winkels willen hebben met een toonbank en een juffrouw erachter, die mijn boodschappen gewoon aanreikt.

Martha, de werkster: zij liep met hapjes en drankjes heen en weer te hollen. Zij maakte zich druk “over veel dingen” en Maria, aan de voeten van Jezus, had het goede deel gekozen.
Tja, hoe zit het nou met die werkbij en die koningin? Ben ik in ons normale doen en laten de ‘koningin’ en Sophie de werkbij? Nee, zo erg is het nou ook weer niet.
Nu ik erover nadenk is Sophie eigenlijk werkbij én koningin tegelijk… ze heeft elke ochtend voor dag en dauw ‘stille tijd’. Ja, zoals zij dat doet is het bikkelen! Daarnaast moet ik óók vaststellen dat ze ook wel werkbij is. Het dienen zit eigenlijk wel in haar bloed.
Ben ik daarnaast een luiaard? Nee, dat nou ook weer niet. Ik bemoei me zelden met het dagelijkse reilen en zeilen van ons leven, maar als ik het nodig vind, grijp ik in: “Ho even, nú vind ik dat we…” En mijn stille tijd? Die beleef ik met dit schrijven. Dat helpt me nadenken, mijn emoties analyseren, me met geloofszaken bezighouden: Bijbelteksten zoeken, er een sluitend verhaal van maken over het leven en onze gevoelens. Dus ik ben toch ook wel een béétje Martha én Maria, al zeg ik het zelf. Maar zoals Sophie… nee, dat niveau haal ik niet.

Ik dacht aan het gedicht dat ik schreef toen we 25 jaar getrouwd waren. Het klopt nog steeds, en vooral het laatste couplet:
“Gods liefd’ is niet te evenaren,

wij kunnen niet Zijn schaduw zijn.
Jouw liefde, dat mag ik ervaren,
die moet door God gegeven zijn!”
Weet je: God wíst het natuurlijk al lang van die Parkinson:
díe liefde, door Gód gegeven,
heb ik straks hard nodig…