Strijd…
1 Samuel 17 vers 26b: “…wie is deze onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te honen?
We zitten midden in de lijdenstijd. We hebben allemaal weleens lijdenstijd, toch? Maar dat is níet te vergelijken met Zíjn lijden!
Mijn hoofd moest leeg, het was te vol, er was strijd in mijn hoofd: ik móest een rondje Molenkade!
De tegenwind was straf: dat was wel goed voor mij, ik had het even nodig.
Ik keek door de riethalmen recht in de laagstaande zon: gouden pluimen met blauwwitte diamanten: ...’de levende God’…
Ik hoorde nijdig gekef: grensgeschillen en machtsstrijd tussen meerkoeten. Dat gaat er heftig aan toe! We zagen eens twee meerkoeten die een andere met zijn kop onder water hielden: …’wie is deze onbesneden Filistijn’…
Mattheüs 26 vers 39: “En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”
Aan de andere kant van de Molenkade zag ik twee futen in een paringsdans, een lust voor het oog: de snavels iets omlaag gericht tegen elkaar, de pluim van het mannetje erboven, de nekken gebogen, samen een sierlijk hart: …’de levende God’…
Het nijdige gekef, gekrijs en geplons werd heftiger. Toen haakte er één meerkoet af: gehavend en met een geknakt ego droop hij af. …’wie is deze onbesneden Filistijn’…
Mattheüs 26 vers 42: “Opnieuw, voor de tweede keer, ging Hij heen en bad: Mijn Vader, als deze drinkbeker aan Mij niet voorbij kan gaan zonder dat Ik hem drink, laat Uw wil dan geschieden.”
Aan de overkant bij de Overwaard ligt een oude houten hoogaars.
Zijn steven steekt brutaal vanonder het bruine dekzeil.
Die hoogaars is van Zeeuwse komaf:
“Ik worstel en kom boven!”
We hebben allemaal weleens met die onbesneden Filistijn te maken, toch?
Maar de levende God wint!
Ik houd die rietpluimen vast,
én de hartvorm van die futen…
én die Zeeuwse leus.
Voor als…
Maar we leven toe naar Zijn:
“Het is volbracht.”
En dan…
de opstanding…
de levende God:
Ik worstel en kom boven!
Geest-drift is goed voor mij,
Gód is goed voor mij!