Schuilen…
Psalm 91 vers 1 en 2: “Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige. Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw!”
Mijn opa Jantje Scherpenisse: schuilde dik 100 jaar geleden een paar dagen met zijn houten zeilscheepje achter het eilandje Schokland vanwege een hevige storm. Schokland, toen een eilandje in de Zuiderzee, nu een bult in de Noordoostpolder, had een piepklein haventje, maar ik vermoed dat dit door zuidwesterstorm niet te bezeilen was.
Het was daar vast niet leuk: houdt het anker? Houd ik met de handpomp het door de storm hard ‘werkende’ houten scheepje boven water? Een hachelijke situatie: schipper, vrouw en kinderen in groot gevaar! Opa een paar dagen niet uit de natte kleren!
Wij stonden ooit in ons eentje in Frankrijk op een bergtop: een prachtig uitzicht, maar wat waren we naïef! De ondergaande zon, tussen de machtige wolken door: we genoten ervan,: zó prachtig!... maar die wolken pakten samen en gingen er dreigend uitzien: we kregen een vreselijke onweersbui! Je kon bij wijze van spreken de krant lezen door de bliksemschichten. Het hoosde zoals we nog nooit gezien hadden. De camper stond te schudden door de storm. We durfden niet naar beneden langs het smalle weggetje met ernaast een diepe afgrond…
Die nacht waren we echt bang. De hond was ook onrustig, zo’n beest voelt zoiets feilloos aan. We hebben die nacht een paar uur zomaar bij elkaar gezeten: stil en bang voor het letterlijk overdonderende natuurgeweld dat ons overkwam. ’s Morgens om negen uur was eindelijk de wind zover geluwd dat we naar beneden durfden.
Waren beide situaties even hachelijk? Dat weet alleen God. Waren wij net zo bang als opa? Dat weten we ook niet. Opa was een sterke persoonlijkheid met een sterk geloof, maar hij kon er ook mee worstelen. Hoe voel je je met zulk noodweer? Wij werden er héél klein van.
Wij zaten stilletjes bij elkaar. Mezelf kennende zal ik wel heftige schietgebedjes naar boven gezonden hebben. We hebben niet samen gebeden. Je zou ook de Bijbel kunnen pakken en bijvoorbeeld Psalm 91 lezen, maar dat komt er dan niet van: je hoofd staat er niet naar. Ik denk dat opa er ook niet aan toekwam: hij zal druk geweest zijn met praktische zaken: letterlijk pompen of verzuipen, met een soort fietspomp van zo’n anderhalf à twee meter.
Als je in de kerkbank zit, lijkt het zo simpel: je hoort een mooie preek, of je zingt iets dat je raakt. Dan word je naar grote hoogten getild.
Maar als het om het echie gaat, dán piepen we gauw anders! Tijdens de Tweede Wereldoorlog puilden de kerken uit. Had men toen een groter geloof? Het zal zeker steun gegeven hebben, maar ‘vol van geloof’? Ik betwijfel het.
Is je geloof te zwak? Dan mag je schuilen. Dat is iets anders dan geloven. Schuilen is passief, zelfs met lege handen. Schuilen bij iemand of bij Iemand is vertrouwd, intiem en geborgen. Een kuiken verdwijnt geheel ín de veren van de ouder. Een kind verstopt zijn snuitje bijna ín je. En intussen mag je bidden: O God, mijn angst en mijn ongeloof!
Bij nader inzien denk ik dat ik die nacht op die berg geschuild heb bij God.
Het staat zo mooi in de berijmde Psalm 91. Mag ik het vertalen naar jou en mij persoonlijk?
“De Heer zal over míjn bestaan Zijn sterke vleugels breiden.
Hij is in trouw míj toegedaan, míjn schild en pantser beide.”
Dit is mijn geloofsbelijdenis: ik geloof, o God!
Kom toch… mijn ongeloof te hulp…