Honger…
Psalm 25 vers 16-18: “Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.
De benauwdheden van mijn hart hebben zich wijd uitgestrekt, bevrijd mij uit mijn angsten.
Zie mijn ellende en mijn moeite, neem weg al mijn zonden.”
De feestdagen zitten er weer op. De één slaakt een zucht van verlichting. De ander denkt: was dít het nou? We zijn terug bij af: de sleur van alledag, zoals vorig jaar!
Ik las ook nog een artikel in de krant waar ik ook al niet vrolijk van werd:
“De mentale gezondheid van Nederlanders verslechtert.” Dat zeggen onderzoekers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Trimbos Instituut in de nieuwe ‘Monitor Mentale Gezondheid’. Niet alleen kampen meer mensen met mentale problemen, ook het aantal mensen met een psychische aandoening neemt toe.”
“Vooral met jongeren gaat het niet goed. We maken ons echt zorgen over jonge mensen. Het gaat specifiek om de groep tot 25 jaar.”
Ik sta zo nu en dan in een evangelisatiekraam op de maandagmarkt. Ik noem het gemakshalve de hallelujakraam. Christenen kijken je welwillend aan en groeten op zijn minst. Veel ongelovigen vinden ineens de groentekraam tegenover ons héél interessant en breken bijna hun benen, zó nadrukkelijk wenden ze hun gelaat van ons af! Door hun uitdrukkelijk getoonde desinteresse stralen ze uit: “Ik heb jouw geloof níet nodig en ik wil géén gezeur!”
Ik dacht aan sommige vogels, die hun buik vol hebben met plastic, omdat ze dachten dat het eten was. Daardoor hebben ze geen hongergevoel en sterven door voedselgebrek: verschrikkelijk! Ik zie hetzelfde gebeuren in de huidige maatschappij: ze hebben alles wat hun hartje begeert, ze roepen dat ze het wel alleen kunnen en tóch missen ze iets, waar ze aan dood dreigen te gaan: honger naar geestelijk voedsel. Honger naar… God!
Ooit werd ik over de heg nogal eens aangesproken door de ongelovige vader van de buurman. Hij wist dat wij naar de kerk gaan. Als hij me zag, riep hij: “Ik heb geen geloof nodig hoor, ik dop mijn eigen boontjes wel!” Ik durfde het niet te zeggen, maar ik dacht: God is met jou bezig, maar je weet het nog niet. Hij had dus zijn buik vol met plastic en dreigde te sterven van de honger! In Mattheüs 5 vers 6 staat: “Zalig zijn zij die hongeren en dorsten…”
Je zou denken: Jezus kan lekker kletsen met Zijn zalig wie dit en zalig wie dat. Een doekje voor het bloeden! “Opium voor het volk”, riep Karl Marx.
Maar… nee, dat is te kort door de bocht. In ‘de zaligsprekingen’ staat: “Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”
Ik citeer mijn Studiebijbel: ”Zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, erkennen dat God de bron van ware gerechtigheid is. Zij verlangen dat Zijn gerechtigheid geopenbaard wordt in levens van mensen. Zij zullen verzadigd worden door aanvaarding van Zijn uitnodiging tot gemeenschap met Hem.”
Duidelijk, toch? Dus geen aardse honger, maar geestelijke honger!
Daarom: spuug al dat aardse plastic uit,
dan krijg je geestelijke honger, échte honger:
naar Gods verlossing!
“Zalig zijn zij die hongeren en dorsten…” het kán…
áls we het aanvaarden,
dán wordt onze honger gestild,
én: móeten we het doorvertellen,
aan iedereen!