Geest-drift

Hoop…

 

Psalm 43 vers 5a: Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en wat bent u onrustig in mij.?”
Als ik door een preek geraakt word, dan denk ik: was Ma er maar bij, wat zou ze genieten!
De organist speelde voor de dienst: “Laat me in U blijven groeien, bloeien”. Dacht ik, later bleek het om Gezang 429 te gaan, met dezelfde melodie: “Wie maar de goede God laat zorgen en op Hem hoopt in ’t bangst gevaar.” Maar dat doet er niet toe, dacht ik…
We hebben Erik en zijn gezin inmiddels drie jaar niet meer gezien. Au! Ik kreeg door die melodie meteen iets haarscherp op mijn netvlies: het is minstens twintig jaar geleden. Ik heb dit verhaal al eerder verteld, maar dat kan me even niet schelen. Erik had gelezen dat ze op een zaterdag een open orgel-dag of zoiets hadden in de grote kerk van Strijen. Het leek hem leuk daarheen te gaan, dus wij samen naar Strijen. We stommelden het trapje op naar het orgel. Daar zat een organist achter de klavieren en er stonden twee oud-organisten commentaar te leveren. Hé, ben jij organist? Leuk! Wil je spelen? Dat wilde Erik wel. Hij speelde , je voelt het al aankomen, een improvisatie op Gezang 78: “Laat me in U blijven groeien, bloeien.” Hij begon met een enkel fluitje of zoiets en bouwde dit geleidelijk op. Toen die oudgedienden door kregen waar hij naartoe wilde, gingen ze zich met het registreren bemoeien. Zie je het voor je? Erik spelen en die ouwe knakkers met z’n tweeën registers uittrekken tot ongeveer alles open stond en toen weer langzaam terug naar dat ene fluitje. Schitterend! Au! Na de laatste noot klonk er applaus uit de kerk. Ik was door het spel geroerd en dat applaus deed me natuurlijk ook wel wat: een heerlijk moment! Au!
De preek ging vanavond over Psalm. In vers 2 lees ik:
“Waarom verstoot U mij dan?
Waarom ga ik steeds in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?”
Volgens de dominee mogen we dat bidden, want het staat in de Bijbel, David bad het ook!
In Psalm 42, oorspronkelijk waren psalm 42 en 43 één Psalm, schreef David:
“Ik zeg tegen God: Mijn rots, waarom vergeet U mij?” Zelfs deze klacht mogen we tegen onze God uitspreken!
Volgens de dominee slaat hoop in het Oude Testament op het heden en hoop in het Nieuwe Testament op onze toekomst ná ons aardse leven.
Nu ik nog: hoop… in vers 5 staat ook nog: “Hoop op God, want ik zal hem weer loven”
Het zal wel.
Maar de dominee zei: “En tóch…”
In mijn moeders rouwdienst  speelde Erik: eerst somber: “O, mijn ziel, wat buigt g’ u neder.” En daarna plankgas: “Maar de Heer zal uitkomst geven!” Schitterend! Au!
De dominee had het over Romeinen 8 vers 24 en 25: “Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding.”
Nu ik nog… hoop? ’t Gaat, het kon beter:
eerst zien en horen, dan geloven.
De dominee zei: “En tóch…”
tijdens de preek dacht ik: was Ma er maar bij,
dus God had me tóch te pakken!
Ondanks…
Au!