Genade…
Galaten 5 vers 22: “De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.”
Er staat een kaartje boven ons bed met deze Bijbeltekst erop. Ik kijk er met gemengde gevoelens naar. Soms met vreugde: vandaag ging het wel lekker, maar vaker met een schuldig gevoel: vandaag heb ik géén fantastische resultaten geboekt! Het roept ook weleens boosheid bij me op: hoe kunt Ú dat van míj verlangen! Ú heeft míj zó geschapen en dít overkomt me allemaal! Kan ík er wat aan doen? In het doopformulier wordt het nog eens stevig ingewreven: “In zonde ontvangen en geboren.” In Psalm 51 vers 7 lees ik: “Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.”
Nu zie ik het wel erg zwartwit: boven de genoemde psalm staat: “Een psalm van David, voor de koorleider, toen de profeet Nathan bij hem was gekomen, nadat hij bij Bathseba was gekomen.” Je kent het verhaal toch wel? David had een slippertje gemaakt en die eerste foute stap verleidde hem uiteindelijk tot moord! David was een emotioneel mens met heftige ups en downs, dat lezen we in zijn psalmen. Hij had zich behoorlijk in de nesten gewerkt en wist dat hij goed fout zat! Lees psalm 51 maar eens, dat gaat diep! Dat gaat níet over ‘even vergeving vragen’. David was zich zeer bewust van zijn zonde en schuld. Wíj weten inmiddels hoe Jezus voor onze schuld geleden heeft…
Moeten we daarom in deemoed en somber met schuldgevoelens rondlopen? Nee! We mogen leven in dankbaarheid door de vergeving van onze Heere Jezus Christus!
Ik lees in Romeinen 12 vers 6-8 dat we állemaal genadegaven gekregen hebben en ik zocht en vond 1 Korinthe 14 vers 12: “Zo ook u, als u naar geestelijke gaven streeft, zoek er dan naar om overvloedig te zijn in gaven tot opbouw van de gemeente.” Besef je wat je leest? Ik zet het op een rijtje: “…genadegaven… met blijmoedigheid… tot opbouw van de gemeente…” Dit is een opdracht!
Ik denk ineens aan maandag: ik stond met een kerkgenote in de evangelisatiekraam op de markt. Ik zag haar genadegave: “Hé, hallo, hoe is het met jou?” Geen retorische vraag, hopend op: “Goed”, want met een ander antwoord móet je iets, maar echt belangstellend: ze hing aan de lippen van de aangesprokene. Ze lokte meerdere intensieve gesprekken uit!
Dat heb ik niet zo: voor de vuist weg een gesprek aanknopen, ik heb meer aanloop en comfort nodig om tot een goed gesprek te komen. Maar ik heb, ik beken het met enige schroom en bescheidenheid, een andere genadegave: die heb je nu voor je neus. Zo heb jij óók een genadegave gekregen! Ja, daar móet je iets mee, dat ben je aan Jezus verplicht! Beseffen we wel hoe Hij geleden heeft? Snappen we dat Hij daarmee onze schuld afgelost heeft?
Daar word je blij van en dat moeten we uitstralen… met de gave die we gekregen hebben! Tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk dat komt: we moeten iedereen mee zien te krijgen!
Wij kunnen ons minstens vanuit dankbaarheid blijmoedig gedragen: begin eens met íedereen gedag zeggen: kijk de mensen aan en stel je hoopvol op voor een reactie. Als je volhoudt gaat het werken! Juist op zondag, laat ze denken: hé, die kerkganger zegt gedag. Ook doordeweeks, ik doe het bijvoorbeeld ook in Rotterdam of waar dan ook. Niet in de koopgoot, daar is geen beginnen aan. In een grote stad zie je sommigen argwanend kijken. Anderen, ook in Alblasserdam, reageren helemaal niet of geïrriteerd maar ik laat me niet ontmoedigen.
Die Bijbeltekst hier bovenaan: lees nog eens even na.
Begin met één vrucht, en bouw het langzaam uit.
Dat is eigenlijk best te doen, toch?