Geest-drift

Genade…

 

Romeinen 5 vers 1: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus.”
We hoorden een preek over Romeinen 5 vers 1-11. Prachtig hoor, maar ik vond het een moeilijk stuk om te lezen. De zinnen van Paulus zijn vaak zo lang dat ik aan het eind niet meer weet waar het mee begon. Moet ik dat allemaal begrijpen? Dat kan ik niet! Het klinkt misschien gemakkelijk, maar ik denk soms: als God het maar begrijpt, dan komt het wel goed!
Ik heb hierboven alleen het eerste vers overgenomen en daar heb ik eigenlijk genoeg aan en het ís ook genoeg, lees maar eens!

Gerechtvaardigd is volgens mijn woordenboek der Nederlandse taal: ‘op voldoende grond berustend.’ Mijn Studiebijbel zegt over vers 1: ‘een duidelijke bevestiging van onze rechtspositie van een christen. Door geloof in Christus ís de chrusten gerechtvaardigd. Hierdoor leeft de christen niet langer met angst voor het oordeel, maar heeft hij of zij vrede met God.’
Mag ik hieruit concluderen dat ik récht heb op vergeving en verlossing van al mijn zonden? Oei, dat klinkt wel erg cru: als ik er récht op heb, dan mag ik het opeisen! Wie, ik? Bij God? Er schiet mij een versregel uit de oude berijming te binnen, nee, dat gaat er nooit meer uit, al word ik honderd jaar, Psalm 81: “Opent uwe mond, eist van Mij vrijmoedig.” Maar wíj mogen toch niets van Gód eisen? Dat is maar hoe je het uitlegt, het kán wel! Ik denk aan Jacob: hij worstelde met God. Een vreemd verhaal, maar het staat er wel: Genesis 32 vers 26: “En Hij (God) zei: Laat Mij gaan, want de dageraad is aangebroken. Maar hij (Jacob) zei: Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent.”
Is dat: “eist van Mij vrijmoedig”? Dat lijkt er wel op! In Psalm 2 vers 8 lees ik over eisen: “Eis van Mij en Ik zal…” Mij en Ik is met een hoofdletter, dus dat is God. In Psalm 81 van de HSV staat het iets gematigder dan in de oude berijming, in vers 11 lees ik: “Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte leidde. Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.”
Nu even terug naar de studiebijbel: “Door geloof in Christus ís de christen gerechtvaardigd.” Dus dáár kan het misgaan: is mijn geloof wel goed genoeg? Nu haal ik een stukje uitleg van onze wijkpredikant uit de mottenballen. Lees de volgende twee Bijbelteksten maar eens:
Genesis 18 vers 12: “Daarom lachte Sara in zichzelf: Zal ik nog liefdesgenot hebben, nu ik oud geworden ben en ook mijn heer oud is?”
En Hebreeën 11 vers 11: “Door het geloof heeft ook Sara zelf kracht ontvangen om zwanger te worden en een kind te baren, ondanks haar hoge ouderdom, omdat zij Hem getrouw heeft geacht Die het beloofd had.”
Wat nu? Heb ik een foutje in de Bijbel ontdekt? Eerst lees ik dat Sara lachte om Gods belofte, omdat ze er niet in geloofde en in Hebreeën staat: “Door het geloof heeft Sara…”
Weet je hoe dat zit? Tussen die twee Bijbelteksten in is Jezus geboren, heeft Hij geleden, is Hij gekruisigd, gestorven en opgestaan: die eerdere zonde van Sara is weg! God komt daar niet meer op terug! Niet alleen vergeven, maar zelfs vergeten: basta, uit! Wat een genade!
Mijn zwak geloof, mijn ongeloof:
God vergééft het, God vergéét het,
het is weg, foetsie!
Wat een genade!