Storm…
Markus 5 vers 1a: “En zij kwamen aan de overkant van de zee…”
Heb jij dat ook weleens? Soms denk ik: ís het wel zo, of maken we elkaar maar wat wijs?
Ik kreeg voor mijn verjaardag een ‘HSV-Studiebijbel’: je leest van elk Bijbelboek eerst hoe en wanneer het ontstaan is en dan steeds ongeveer een halve bladzijde tekst en daaronder uitleg en verwijzingen. Ik leer hierin dat de Bijbel niet zomaar uit de lucht gegrepen is, maar dat er feiten uit de geschiedenis mee verstrengeld zijn. Het Oude Testament is verweven met de wereldgeschiedenis en het Nieuwe vooral met de ‘vaderlandse geschiedenis’ van Rome.
Vanochtend hoorden we van een gastpredikant dat bekende verhaal: Jezus stilt de storm. Het is herfst in mijn hoofd: de blaadjes vallen, de temperatuur wordt lager, de dagen korten. Met ‘neiging tot depressie’ heb je levenslang: je zwakke plek blíjft je zwakke plek!
“Jezus zei tegen hen: laten wij overvaren naar de overkant.” Ik moet nu even een feit uit onze eigen geschiedenis noemen: ooit zongen wij, voor het eerst ‘op proef’ in een andere kerk dan waar we wekelijks naartoe gingen, Gezang 56:
“Ga in het schip, zegt Gij, steek van het strand.
Vaar tegen wind en tij, vaar naar de overkant,
wacht daar op Mij.”
We keken elkaar aan en wisten ineens heel zeker: wij móeten in het vervolg naar déze kerk! Kijk, soms heb je een donker stuk in je leven, maar dan doemt er toch onverwacht een lantaarnpaal op en zie je de weg weer duidelijk voor je!
De discipelen staken van wal en Jezus ging, moe geworden van al Zijn gepreek, een dutje doen. De storm brak los en het werd ernstig: “… de golven sloegen over het schip, zodat het al vol liep.” Mijn Studiebijbel laat een tekening van zo’n scheepje zien: bekend van een gevonden wrak uit die tijd. Het was ongeveer negen meter lang en open, zeg maar een flinke roeiboot: best gevaarlijk dus!
Er staat: “Hij lag in het achterschip te slapen op een hoofdkussen;” Kijk, die nauwkeurige informatie móet van een ooggetuige komen. Mijn Studiebijbel zegt: Markus heeft Jezus nooit gezien, maar de discipel Petrus heeft alles tot in de kleinste details aan Markus verteld. Geen speld tussen te krijgen, toch?
De discipelen waren doodsbang en riepen Jezus toch ook wel enigszins verbolgen: “Bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?” Ik ben ook wel eens verbolgen: God luistert niet, Hij is er even niet voor mij: we maken elkaar maar wat wijs!
Oei, oei, wat een grote mond!
Tijdens die bijzondere kerkdienst zongen we ook het laatste vers van dat gezang:
“Ik ben het, zegt Gij dan, kom maar met Mij
mee naar de overkant. Wees maar niet bang, zegt Gij, hier is Mijn hand.”
Wat zei ik? Het laatste vers? Ooit míjn laatste vers?
Het slot lees je gek genoeg in het volgende Bijbelverhaal, kijk maar, Markus 5 vers 1a: “En zij kwamen aan de overkant van de zee…” Of… is dat toch een begin van een nieuw verhaal?
Weet je: ik had zes vakantieverhalen. Er kwam intussen niks nieuws op in mijn hoofd en ik werd al een beetje ongerust! Nu komt er eindelijk weer wat. Dat heet in het Bijbelboek Exodus ‘manna’: voor één dag genoeg. “Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen…”
Nu héb ik weer een verhaal…
En een lantaarnpaal!
Ik zie de weg weer duidelijk voor me…