Geest-drift

Intermezzo…

 

Psalm 84 vers 11: “Want één dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God dan lang te wonen in de tenten van de goddeloosheid.”
We zijn er een paar dagen tussenuit geweest, naar… Amsterdam! Een bijzondere stad, ik kan niet anders zeggen, hoewel die grachten allemaal wel op elkaar lijken. En de prijzen! Je zakken worden daar leeggeschud! Drie dagen in een hotel met eten en drinken is duurder dan drie weken met de camper op stap, inclusief 2000 km brandstofkosten! We dronken onderweg koffie met wat erbij: ik reken nog wel eens iets om in guldens, dat is eigenlijk niet goed voor iemand met depressieve neigingen: één koffie, één thee, die je zelf nog moet zetten, want je krijgt warm water, en twéé appelpunten: vierenveertig gulden!
Ik ben niet zo’n hotel-mens. Ik heb er misschien beroepshalve te veel in gehuisd en wat heb je er nou eigenlijk? Een bed, een stoel, een televisie en een wc. Over wc’s gesproken: de eerste dagen van de vakantie wil mijn stoelgang nooit zo.
We hadden geen bruidssuite, maar een eenvoudig zolderkamertje. Het logies bleek zónder ontbijt, dit konden we erbij kopen voor dertig euro per dag! Wij hebben bij de supermarkt een brood, een pakje kaas en een pak melk gekocht en op ons zolderkamertje ontbeten.
En wat een mensen in zo’n stad! Waar komen die allemaal vandaan en waar gaan ze naartoe? We zijn intussen echte provinciaaltjes: ik begon, zoals ik in Alblasserdam gewend ben, tegen iedereen gedag te zeggen. De tegenliggers reageerden niet of keken argwanend, een enkeling greep zelfs verschrikt naar de plek waar zijn portemonnee zat, waarschijnlijk vrezend dat die op slinkse wijze gerold zou worden.
Je komt wat tegen in zo’n stad: Amsterdam zou Amsterdam niet zijn als je niet om de paarhonderd meter in een wietwolk dook: dan nader je een coffeeshop waarin ze géén koffie serveren. Voor de etalage hangen een paar dozijn wazig ogende Engelstaligen rond, elkaar hoopvol aankijkend en wachtend op betere tijden die maar niet willen komen.
Je ziet wat in zo’n stad: we kwamen per ongeluk, ik herhaal: per ongeluk op de Wallen terecht. Gezien de signatuur van deze column wil ik hier geen details over kwijt, maar de heren Jansen en Tilanus, ooit eerzame ondergoedfabrikanten in het oosten des lands, hadden hier hun ogen uitgekeken!
We hebben ook genoten, hoor. We vonden een oud beurtschip van Stavenisse. Ik heb de vroegere eigenaar gekend. Ik had dat schip misschien wel 55 jaar geleden voor het laatst gezien. Is zo’n scheepje dan zó herkenbaar? Ja, een wat ouder schip heeft net als een mens een karakteristiek en uniek uiterlijk dat je al op grote afstand herkent.
We ontdekten min of meer bij toeval het Begijnhof met een schattig kerkje uit 1574: een oase van devote rust middenin zo’n hectische stad!
Zaterdagmiddag kwamen we weer thuis. Ik opende de voordeur en rook meteen onze onmiskenbare en vertrouwde nestgeur: ik moest hollen naar de wc!
Ik schreef dit stukje met een knipoog, maar het volgende is serieus: zondagochtend kwamen we écht weer thuis: in onze kerk. Ik dacht aan Psalm 84: “Eén dag is in Uw huis mij meer, dan duizend waar ik U ontbeer.” Ik schrok een beetje van de laatste zin van Psalm 84 vers 11 in de HSV, maar het staat er echt! Een beetje aangepast aan onze situatie: …één dag in Uw voorhoven is beter dan drie elders; ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God dan drie dagen te wonen in de tenten van de goddeloosheid.”
Oei!